EN 407:2004

Handschoenen die bescherming bieden tegen thermische gevaren (hitte en/of vuur)

Vereisten aan hittebestendige handschoenen

Hittewerende handschoenen uit de prestatieklassen 3 en 4 dienen qua maatvoering eenvoudig af te werpen zijn in geval van nood. Tevens dient, met betrekking tot het prestatieniveau aangaande scheur- en schuurweerstand (volgende de norm EN 388:2003), minimaal niveau 1 gehaald te worden.

De norm EN 388:2003 behandeld handschoenen die bescherming bieden tegen mechanische risico’s. Indien u uitgebreide informatie wilt over de EN 388:2003 normering, neem dan even contact met ons op per telefoon of per e-mail.

BEKIJK ASSORTIMENT

Mate van bescherming tegen hitte en vuur

Hittebestendige handschoenen die getest en gecertificeerd zijn volgende de EN 407:2004 zijn voorzien van een etiket waarop het volgende pictogram vermeldt staat. De aard en mate van bescherming van de hittebestendige handschoenen wordt aangegeven in zes beschermingsgebieden, te weten:
 

(A) Brandgedrag (prestatieniveau 0 - 4)
(B) Contactwarmte (prestatieniveau 0 - 4)
(C) Convectieve hitte (prestatieniveau 0 - 4)
(D) Stralingswarmte (prestatieniveau 0 - 4)
(E) Kleine spatten gesmolten metaal (prestatieniveau 0 - 4)
(F) Grote spatten gesmolten metaal (prestatieniveau 0 - 4)

Hoe goed de bescherming is die de hittewerende handschoenen bieden, wordt vastgesteld aan de hand van verschillende testen. Geen van deze testen is verplicht. De handschoenen worden in de meeste gevallen voor een bepaald doel (weerstandsgebied) vervaardigd. Voor deze weerstandsgebieden zijn de handschoenen gecodeerd met een cijfer (score die ze voor een specifieke test gehaald hebben) oplopend van 1 tot 4. Indien een weerstandsgebied/eigenschap niet getest is, wordt dat weergegeven/gemarkeerd door een X. Indien de testresultaten beneden het minimum vereiste vallen, wordt dat weergegeven/gemarkeerd door een 0.

We zullen nu de verschillende beschermingsgebieden nader omschrijven, wat wordt er getest en welke scores kunnen er behaald worden.

(A)  Brandgedrag – EN 26941, bevlammingstijden 3 en 15 seconden
Onder de handschoen wordt een vlam gehouden op 20 mm. afstand en onder een hoek van 30° gedurende 3 seconden. Op een tweede handschoen wordt dezelfde test uitgevoerd gedurende 15 seconden. De nabrandtijd en de nagloeitijd worden geregistreerd en geklasseerd van 1 tot 4.

Prestatieniveau

Nabrandtijd

Nagloeitijd

1

≤ 20 seconden

geen eisen

2

≤ 10 seconden

≤ 120 seconden

3

≤ 3 seconden

≤ 25 seconden

4

≤ 2 seconden

≤ 5 seconden

(B)  Contactwarmte – EN 702
De test contactwarmte simuleert het vastpakken van hete voorwerpen. Hij wordt dan ook enkel op de palm van de handschoen uitgevoerd. Het proefstuk wordt tegen een heet metalen voorwerp gehouden en de tijd wordt de tijd gemeten die nodig is om een temperatuurstijging van 10°C te veroorzaken aan de binnenzijde van de handschoen. Door deze tijd lang genoeg te maken, krijgt de gebruiker de kans om het heet voorwerp los te laten en de handschoenen uit te trekken. Deze tijd moet minimaal 15 seconden zijn. De temperatuur van het voorwerp is tussen 100°C en 500°C afhankelijk van de klasse. Wist u dat al vanaf 44°C op de huid zijn, afhankelijk van de blootgestelde tijd, brandwonden mogelijk zijn?

Prestatieniveau

Contacttemperatuur

Stijging binnentemperatuur met 10 °C

1

100°C

≥ 15 seconden

2

250°C

≥ 15 seconden

3

350°C

≥ 15 seconden

4

500°C

≥ 15 seconden

(C)  Convectieve hitte – EN 367, warmtestroomdichtheid bij 80 kW/m2
Tijdens de test voor convectieve hitte wordt een proefstuk in contact gebracht met een vlam (80 kW/m2). Achter het proefstuk wordt een calorimeter geïnstalleerd die de temperatuurstijging registreert. Het resultaat wordt uitgedrukt in seconden: hoe lang het duurt voordat de temperatuur in de handschoen 24°C zou stijgen (tweedegraads brandwonden).

Prestatieniveau

Stijging binnentemperatuur met 24°C

1

≥ 4 seconden

2

≥ 7 seconden

3

≥ 10 seconden

4

≥ 18 seconden

(D)  Stralingswarmte – EN 366, warmtestroomdichtheid 20 kW/m2
De test stralingswarmte simuleert wat er gebeurt als u in de buurt van een stralingsbron moet werken. Om die reden wordt enkel de rug van de handschoen getest. Door de afstand van het proefstuk tot de stralingsbron te variëren, is de warmteflux instelbaar (kW/m2). Het resultaat wordt uitgedrukt in seconden: hoe lang duurt het voordat de temperatuur in de handschoen 24°C zou stijgen (tweedegraads brandwonden).

Prestatieniveau

Stijging binnentemperatuur met 24°C

1

≥ 5 seconden

2

≥ 30 seconden

3

≥ 90 seconden

4

≥ 150 seconden

(E)  Kleine spatten gesmolten metaal / lasspatten (ijzer) – EN 348
Wat deze test simuleert, is wat er gebeurt als u last. De lasspatten zullen vooral de rug van u hand terecht komen. Deze test wordt dan ook enkel op de rug van de hand uitgevoerd. Voor de test wordt een lasbaguette gebruikt waarvan druppels afsmelten. De temperatuurstijging onder het proefstuk wordt geregistreerd. Hoe meer druppels er kunnen vallen voordat de temperatuur te hoog oploopt, hoe beter het materiaal isoleert.Voor prestatieniveau 3 en 4 is brandgedrag een verplichte test. Ter vergelijking: laskleding wordt op dezelfde manier getest. Daar is de grens 15 druppels voor klasse 1 en 25 druppels voor klasse 2.

Prestatieniveau

Aantal druppels tot temperatuurstijging van 40 °C

1

≥ 5 druppels

2

≥ 15 druppels

3

≥ 25 druppels

4

≥ 35 druppels

(F)  Grote hoeveelheden gesmolten metaal (ijzer) – EN 373
Bij het werken met gesmolten metaal, is vooral de rug van de hand blootgesteld aan eventuele stromen vloeibaar metaal. Deze test wordt enkel op de rug van de hand uitgevoerd. Afhankelijk van de te behalen prestatieniveaus, wordt een massa ijzer over het proefstuk gegoten. Onder het proefstuk ligt een stuk PVC film met huidstructuur. Als de structuur uit de PVC is verdwenen, is de temperatuur te hoog opgelopen en faalt de test. Verder mag het metaal niet blijven kleven, mag het materiaal niet  ontbranden en mag er geen gat gevormd worden.

Prestatieniveau

Hoeveelheid gesmolten ijzer

1

≥ 30 gram

2

≥ 60 gram

3

≥ 120 gram

4

≥ 200 gram

Warmteweerstand
De warmteweerstand wordt enkel getest op de voering die in contact komt met de huid. Het proefstuk wordt gedurende 5 seconden in een oven bij 180°C gehangen.

Naadsterkte
Via de naadsterktetest wordt gecontroleerd of de naden het niet te snel begeven.